Antenne-installaties: vergunningsvrij of toch niet?

Leiden Repository

Antenne-installaties: vergunningsvrij of toch niet?

Type: Article / Letter to editor
Title: Antenne-installaties: vergunningsvrij of toch niet?
Author: Drahmann, A.
Journal Title: Bouwrecht
Issue: 3
Volume: 2009
Start Page: 38
End Page: 52
Pages: 15
Issue Date: 2009
Abstract: De afgelopen jaren zijn in Nederland gsm- en UMTS-netwerken uitgerold. Hiervoor is een groot aantal antenne-installaties geplaatst. In dit artikel zal ingegaan worden op de wettelijke regeling voor het kunnen bouwen van antenne-installaties. Hierbij zal uiteraard ook een aantal recente (rechts)ontwikkelingen de revue passeren. Voor het begrip 'antenne-installatie' wordt hier aangesloten bij de definitie uit art. 1 van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningsplichtige bouwwerken (Bblb). Deze luidt als volgt: '(…) installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.' Een antenne-installatie bevat dus niet alleen de antenne (gsm, UMTS, enz.) zelf, maar ook de drager (een mast of andere constructie waarop de antenne wordt bevestigd), de techniekkast(en), enz. In dit artikel zal met name ingegaan worden op de ruimtelijke-ordeningsaspecten van antenne-installaties. Bij de regelgeving over antenne-installaties valt echter op dat naast deze ruimtelijke-ordeningsaspecten ook telecommunicatierechtelijke aspecten een grote rol spelen. Zo hebben operators een frequentievergunning nodig van de Minister van Economische Zaken. In deze frequentievergunningen zijn uitrolverplichtingen opgenomen die bepalen wanneer het netwerk landelijk uitgerold moet zijn. Dit telecommunicatiebeleid wordt dus op landelijk niveau bepaald. Voor de ruimtelijke-ordeningsaspecten zijn juist de colleges van burgemeester en wethouders (hierna: B&W) bevoegd bouwvergunningen te verlenen. Waar nodig zal in dit artikel dan ook kort dit telecommunicatiebeleid worden besproken. Achtereenvolgens zal hierna worden ingegaan op de regeling van het Bblb (par. 2), de bouwvergunningsplicht (par. 3), art. 10 EVRM en het belanghebbendebegrip (par. 4), het antenneconvenant (par. 5) en de verschillende rollen van de gemeente (par. 6). Par. 7 bevat een afronding.
Handle: http://hdl.handle.net/1887/68115
 

Files in this item

Description Size View
application/pdf BR 2009/40 65.29Kb View/Open

This item appears in the following Collection(s)