Het ontstaan van het vrouwelijk geslacht in de Indo-Europese talen

Leiden Repository

Het ontstaan van het vrouwelijk geslacht in de Indo-Europese talen

Type: Bachelor thesis
Title: Het ontstaan van het vrouwelijk geslacht in de Indo-Europese talen
Author: Kuiper, Jelle
Issue Date: 2017-08-31
Keywords: Anatolisch
Hittitisch
vrouwelijk geslacht
Agreement Hierarchy
Congruentie
Abstract: Ondanks dat het vaststaat dat het Anatolisch binnen de Indo-Europese taalfamilie valt, zijn er belangrijke verschillen tussen het Anatolisch en de Kern-IE-talen. Een voorbeeld hiervan is een verschil in het aantal geslachten. Het Anatolisch heeft twee geslachten, commune en onzijdig, terwijl de klassieke Kern-IE-talen drie geslachten laten zien, mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Op basis van onder andere dit verschil zijn er taalwetenschappers die denken dat het Anatolisch eerder dan de andere taalfamilies is afgescheiden van het PIE. In deze zogenaamde Indo-Hittitische hypothese hebben de Kern-IE-talen gezamenlijke innovaties ondergaan. Eén van deze innovaties is het vrouwelijk geslacht. Het PIE had volgens deze hypothese dus geen vrouwelijk geslacht. De klassieke hypothese stelt daarentegen dat het Anatolisch tegelijkertijd met de andere taalfamilies is afgescheiden. Het PIE had wel een vrouwelijk geslacht. Dit geslacht is later weggevallen in het Anatolisch. Het verschil in geslacht dient binnen deze discussie een belangrijke rol, omdat geslacht binnen de morfologie valt en omdat het bij de Indo-Hittitische hypothese om een gezamenlijke innovatie gaat. Omdat geslacht zo belangrijk is binnen deze discussie, luidde mijn hoofdvraag als volgt: Is het ontbreken van het vrouwelijke geslacht in het Anatolisch terug te voeren op een Indo-Europees stadium of is het vrouwelijk geslacht oorspronkelijk en in het Anatolisch weggevallen? Om deze vraag te beantwoorden, heb ik de Agreement Hierarchy van Corbett (1979) toegepast op de vraag of het Anatolisch ooit een vrouwelijk geslacht zou kunnen hebben gehad. Deze hiërarchie laat zien welke onderdelen van een taal het meest gevoelig en welke onderdelen het minst gevoelig zijn voor geslachtsverlies. Nomina zijn niet opgenomen, omdat markering op nomina nog geen congruentie laat zien. Congruentie is essentieel voor het bestaan van een geslachtssysteem. In deze hiërarchie is het nominale geslacht het meest gevoelig voor geslachtsverlies en het pronominale geslacht minst gevoelig. Voor dit onderzoek is daarom het pronominale geslacht het belangrijkst. Immers, de onderdelen van een taal die het minst gevoelig zijn voor geslachtsverlies, laten het langst een oorspronkelijk geslacht zien. Vervolgens heb ik de Agreement Hierarchy toegepast op de situatie in het Anatolisch, beginnend met het nominale geslacht. Ondanks dat deze vorm van geslacht minder relevant is dan het pronominale geslacht, is deze vorm in de literatuur het meest besproken. Eventuele geslachtsmarkering op het nomen is irrelevant, omdat dit geen congruentie met andere delen van de zin laat zien. Bij de aanwijzende voornaamwoorden was geen spoor van het vrouwelijke geslacht te vinden. Bij de bijvoeglijke naamwoorden is de meeste discussie gevoerd. Starke (1982) stelde namelijk de relatie voor tussen het i-motionsuffix van het Anatolisch met het vrouwelijk markerende suffix *-ih2/-ieh2 van de Kern-IE-talen. Dit i-motionsuffix verschijnt verplicht in het Luwisch, Lycisch en Lydisch bij veel bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden in de nominativus en accusativus, maar alleen als ze in het commune geslacht staan. Oettinger (1987) liet vervolgens zien dat zowel het i-motionsuffix als *-ih2/-ieh2 de themavocaal vervangen en Melchert (1990) toonde daarna aan dat de distributie van deze suffixen tussen thematische en athematische stammen vrijwel overeenkomt. Ondanks deze argumenten, acht ik echter het scenario van Rieken heel waarschijnlijk. In dit scenario is het i-motionsuffix niet gerelateerd aan het vrouwelijke suffix *-ih2/-ieh2 in de Kern-IE-talen, maar is de beperkte distributie van het i-motionsuffix een gevolg van analogische processen binnen de i-adjectieven. Het paradigma dat volgde uit deze processen heeft zich vervolgens uitgebreid over de andere thematische adjectieven. Dit suffix kan dus niet als relict van het vrouwelijk geslacht worden beschouwd. Wat echter essentieel is, is dat het pronominale geslacht geen enkel spoor heeft van een vrouwelijk geslacht. In de talen van de wereld is dit juist de categorie, waarin relicten van geslachten te vinden zouden moeten zijn. Bij de persoonlijke pronomina is er beargumenteerd dat de mannelijke en vrouwelijke uitgangen fonologisch zijn samengevallen. Maar Lycische data laten zien dat de mannelijke en vrouwelijke uitgangen een andere vorm moeten hebben gehad in het Proto-Anatolisch. Vandaar dat ik de Indo-Hittitische hypothese aanhang en denk dat het PIE geen vrouwelijk geslacht bezat. Ik denk dat de Kern-IE-talen gezamenlijk het vrouwelijk geslacht ontwikkeld hebben.
Supervisor: Kloekhorst, Alwin
Faculty: Faculty of Humanities
Department: Taalwetenschap (Bachelor)
Specialisation: Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap
ECTS Credits: 10
Handle: http://hdl.handle.net/1887/52272
 

Files in this item

Description Size View
application/octet-stream Het ontstaan van het vrouwelijk geslacht in de Indo-Europese talen, Jelle Kuiper, s1361724.docx 200.6Kb Under embargo

This item appears in the following Collection(s)