Mysterieuze middeleeuwse mestkuilen. Archeobotanisch onderzoek naar tuinbouwmethoden in de Late Middeleeuwen in stedelijke context.

Leiden Repository

Mysterieuze middeleeuwse mestkuilen. Archeobotanisch onderzoek naar tuinbouwmethoden in de Late Middeleeuwen in stedelijke context.

Type: Bachelor thesis
Title: Mysterieuze middeleeuwse mestkuilen. Archeobotanisch onderzoek naar tuinbouwmethoden in de Late Middeleeuwen in stedelijke context.
Author: Hos, Jantine
Issue Date: 2015-08-31
Keywords: Middeleeuwen
Botanie
Mestkuilen
Tuinbouw
Broeibed
Spinazie
Entomologie
Stadsarcheologie
Abstract: Aanleiding voor dit archeobotanische onderzoek naar het mysterie van middeleeuwse mestkuilen is de veronderstelling van Van Oosten dat mestkuilen, vooral kuilen met paardenmest, uit laatmiddeleeuwse opgravingen mogelijk broeibedden geweest zijn. Deze broeibedhypothese is een alternatieve verklaring voor de gangbare opvatting dat het opslagkuilen voor mest zijn. Broeibedden zijn kuilen waarin (paarden)mest onder een laag aarde zorgt voor warmte (broei), zodat gewassen als meloenen, komkommers, sla en radijs vroeg in het jaar gekweekt kunnen worden. Historische aanwijzingen geven aan dat broeibedden in de Late Middeleeuwen archeologisch aangetroffen kunnen worden. Kennis over deze methode was in Europa bekend, en voor Nederland bestaat een redelijk goed beeld over handel in groenten en zaden, waaronder groenten die goed in broeibedden gekweekt kunnen worden. Botanische voorwaarden, waaraan een broeibed moet voldoen zijn vastgelegd in een broeibedhypothese determinatieschema en toegepast op botanische determinaties van zaden in mestmonsters van de opgravingen Dordrecht-Statenplein en ‘s-Hertogenbosch-Postkantoor/Kerkstraat. Met behulp van deze interpretatiesystematiek zijn de onderzochte kuilen beide geïnterpreteerd als kuil met een tuinbouwfunctie. Uit dit onderzoek is nadrukkelijk naar voren gekomen dat het niet mogelijk is om met uitsluitend botanisch onderzoek aan te tonen dat een mestkuil in het verleden een broeibed geweest is. Gedetermineerde groentegewassen kunnen niet eenduidig aan een broeibed worden gerelateerd. Fysiologische en chemische processen maken dat de overblijfselen van broeimest in de vorm van een substantiële hoeveelheid stro zeer gering is waardoor broeibedden archeologisch slecht zichtbaar zijn. Stro geeft geen informatie over broeitemperaturen, waardoor niet vastgesteld kan worden of in een mestkuil sprake is geweest van een broeiproces. Om de mysterieuze middeleeuwse mestkuilen te ontrafelen en de broeibedhypothese verder te onderzoeken is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk.
Supervisor: Oosten, Dr. R.M.R. vanField, Dr. M.A.
Faculty: Faculty of Archaeology
Department: Archeologie (Bachelor)
Specialisation: Archeologie van Noordwest Europa en Bioarchaeology
ECTS Credits: 10
Evaluation: Recommended
Handle: http://hdl.handle.net/1887/35795
 

Files in this item

Description Size View
application/pdf Scriptie mestkuilen definitief Jantine Hos s9017275.pdf 2.610Mb View/Open

This item appears in the following Collection(s)